Omdat goed nieuws altijd fijn is, willen we ook dat graag met u delen!

Ons Atelier voor Opleiding door Tewerkstelling Horizon is dankzij een afwijkingstoelating van de Brusselse regering opnieuw kunnen starten met opleidingen waarbij de leerlingen fysiek aanwezig zijn.

Het atelier, dat al ruim 30 jaar bestaat, leidt elk jaar 25 stagiairs op tot hersteller van grote huishoudtoestellen, een knelpuntberoep. We maken hiervoor gebruik van de machines die worden opgehaald bij donateurs.

De 25 stagiairs en de docenten gebruiken in normale tijden het sorteercentrum waar dankzij ateliers, klassen en kantoren de machines de hele dag draaien en waar indien nodig onderdelen worden vervangen. Op die manier leren onze cursisten een vak en geven ze de apparaten een tweede leven.

Tijdens de beide lockdowns heeft Horizon helaas alle lessen met fysieke aanwezigheid moeten opschorten en zich snel moeten aanpassen om de stagiairs toch te blijven betrekken bij de opleiding. Van de ene dag op de andere ontpopten de docenten zich tot experts in videomontage en konden ze de stagiairs een vlot systeem aanbieden. Zo konden de lessen worden voortgezet en behielden we een band, ook tijdens deze voor iedereen zo moeilijke periode.

INTERVIEW // Jean Delespesse, coördinator van Horizon, alsook Marc, Alexis en Farid, docenten

Hoe beleeft Horizon deze gezondheidscrisis die al sinds maart aanhoudt?

Jean : “De lessen in het atelier lagen in het voorjaar 2,5 maand stil, van half maart tot begin juni, en dan opnieuw drie maanden van november tot eind januari. Voor de theoretische lessen zijn we onmiddellijk overgeschakeld op afstandsleren. De docenten hebben de lessen onder elkaar verdeeld en zijn gestart met het maken van filmpjes.”

Marc : “Bij de eerste lockdown stuurden we bijna elke dag een filmpje en kregen we via WhatsApp feedback over wat er was gestuurd. Maar na de lockdown hebben we beseft dat veel info uit de filmpjes toch niet helemaal in het geheugen zat gegrift. Daarom hebben we de tweede keer anders gewerkt. We stuurden de filmpjes en de volgende dag werden deze via videoconferentie behandeld. Er was dus veel meer interactie.”

Jean : “Bij de eerste lockdown vanaf maart ontstond er een vertraging voor een groep voor wie de cursus normaal twee weken later afgerond zou zijn. Na het opheffen van de lockdown hebben we daarom een termijn voorgesteld om zich bij te werken en hun eindjury voor te bereiden. We hebben echter snel vastgesteld dat de stagiairs onvoldoende praktijk hadden gekregen. Bij de tweede lockdown in de herfst hebben we meteen beslist om de opleiding met een maand te verlengen. We kregen de nodige soepelheid binnen de organisatie en van de subsidiërende overheden.”

Wat maakt dat men de klassikale lessen heeft kunnen hervatten?

Jean : “Dat is een beslissing van de Brusselse regering vanaf 1 februari. We hebben toestemming gekregen na het indienen van een dossier. Het praktijkgedeelte kan onmogelijk online worden gegeven, en ook de lessen Nederlands zijn opnieuw klassikaal, omdat we daar grote moeilijkheden zagen. Het opleidingsprogramma voorziet 1/3 theoretische lessen en 2/3 praktijk. De lockdowns en lessen op afstand stellen een dubbel probleem: een gebrek aan praktijk, maar ook het wegvallen van de link tussen praktijk en theorie. De theorie wordt beter begrepen dankzij de praktijk, het een kan niet zonder het ander.”

Hoe hebben de stagiairs de periode zelf beleefd?

Jean : “Het was voor hen ook erg moeilijk. Het positieve is wel dat er niemand afgehaakt heeft. Geen enkele cursist heeft opgegeven. We hebben wel erg moeten opletten. Bij online lessen geven mensen er sneller de brui aan dan bij fysieke lessen. We hebben erop gelet dat er veel communicatie was, om de band met de stagiairs te behouden, en af en toe te polsen of alles in orde was met hen. Er waren meer een-op-een gesprekken. We gingen daarbij in op de opleiding, maar ook de eventuele sociale problemen die ze daarnaast hadden, om te zien hoe we hierbij konden helpen. Want elk probleem weegt op de opleiding. Wanneer een stagiair moeilijkheden leek te hebben, werd hierover binnen het team overleg gepleegd en werd dit van nabij opgevolgd. We letten op ieder signaal. Maar het is duidelijk dat het afstandsleren als heel zwaar werd ervaren. We hebben ons atelier nog nooit zo gemist als die periode.”

Wat zal er na deze crisis overblijven?

Jean : “Ten eerste de filmpjes, sinds maart werden er een honderdtal van gemaakt. Het is erg waardevol materiaal dat we bij de opleiding zullen blijven gebruiken.”

Marc : “Dat is zeker geen verloren werk geweest. Ze zullen nog van pas komen als er bijvoorbeeld iemand een tijd afwezig is geweest, of als remediëring. De situatie heeft ons ook doen beseffen dat we nog beter moeten opvolgen of kennis ook echt verworven is.”

Jean : “Het bevestigt ook wat we al wisten, namelijk dat we goed en veel moeten communiceren binnen het pedagogisch team. Over wat er leeft bij de stagiairs en over eventuele problemen.”

Alexis :  “Dat is inderdaad absoluut noodzakelijk, we kunnen niet anders.”

Marc : “We deden dat al, maar we hebben nooit beseft hoe belangrijk die onderlinge communicatie is. Dit heeft een grote impact op de stagiairs. We moesten luisteren, onderling overleggen en oplossingen vinden. Ik was sterk verrast door hun motivatie en moed. Ze hebben nooit opgegeven, de cursisten zijn er steeds voor blijven gaan.”

Steun ons
Facebook
Vindt een kledingcontainer
newsletter